Blog

Succes op het Open Nederlands kampioenschap Tai Chi

Team Qi Art op het Nederlands Kampioenschap Tai Chi Pushing Hands in Utrecht: 1x brons, 1x zilver, 3x goud.

Respect en complimenten voor Raymond en Yvonne die voor het eerst meededen. Geweldige sporters met een grote toekomst!

En dank aan de ‘crew’: Cari en Arnold. Alles gaat makkelijker als je support voelt!

Focus: de ‘mental game’ in de dagen voor het WK in Taipei

Alle grote steden hebben het. Ze brengen je uit evenwicht door de hoeveelheid geluiden, beelden en geuren. Taipei is zo’n grote stad. Een stoplicht dat op groen springt, zorgt voor een orkaan aan scooterlawaai. Een avondmarkt ruikt naar gefrituurde melk, wierook, versgeperst sinasappelsap en duizend kruiden vanuit de hotpot en teppanyaki eettentjes. Zodra het donker is, is het helemaal niet donker omdat iedere zichzelf respecterende winkel fel knipperende lichtjes aanzet in alle kleuren van de regenboog.

Prikkelrijk dus. Ik heb er een hekel aan en ik hou ervan.

Als ik me voorbereid op een groot toernooi zoals het wereldkampioenschap dan vermijd ik zoveel mogelijk prikkels. Geen televisie, geen social media berichten, een vast ritme van opstaan, eten, trainen in een rustige omgeving en bijtijds weer gaan slapen. Op die manier kan ik me beter focussen.

Oftewel, Taipei is een bijzonder slechte trainingsomgeving.

Maar wacht even…

Hoe komt het dan dat er zoveel topsporters uit Taipei komen, zeker als het om Tai Chi en Tui Shou (Pushing Hands) gaat? Wat mis ik?

Liggend in bed na de eerste dag besefte ik het. Ik voelde de turbulentie van de heenvlucht nog als ik mijn ogen dichtdeed en hoorde in mijn oren het geschreeuw van de Chinese poppenkastvoorstelling waar ik even naar had gekeken. Mijn ademhaling was hoog en oppervlakkig. Dat was het moment waarop ik het snapte.

Als je in een prikkelrijke omgeving bij jezelf kunt blijven, dan lukt het overal. Als je je eigen innerlijke houding ziet, dan kun je die veranderen als dat nodig is. Ik paste mijn ademritme aan, liet de emoties en indrukken zo goed mogelijk los en viel in slaap. De volgende dag rustig getraind in een park en de dagen daarna genoten van het topniveau in de wedstrijden. Voor mij is Taipei nu een geweldige plek om te trainen.

Meer weten over de ‘mental game’ en het trainen van een innerlijk sterke houding? Kijk dan hier.

Tai Chi Pushing Hands gasttraining

Wat doe je als de beste man (in mijn ogen) in Tai Chi Pushing Hands in Nederland aanbiedt om langs te komen voor een gasttraining?

Inplannen natuurlijk!

Afgelopen vrijdag kwam Tom Vrieling langs en het was indrukwekkend.

Hoe de subtiliteit van Tai Chi onder zware fysieke druk heel goed werkt. Hoe een duw van een ander geen probleem is maar het begin van jouw oplossing. Hoe je fysieke en mentale balans verbetert door je zwaartepunt te laten zakken. En nog veel meer.

Eigenlijk had je erbij moeten zijn 😉

 

 

Vliegtuig halen (Tai Chi kampvuurverhalen)

N.B. Dit verhaal heb ik jaren geleden geschreven, maar om een of andere reden nooit gepubliceerd. Bij deze alsnog.

Midden op de overvolle kruising stopt meneer Yang zijn taxi en laat zijn raampje zakken. De klamme hitte van buiten maakt de airco nutteloos. Hij schreeuwt door het verkeer iets naar de overkant, waar een slungelige man tegen een auto staat geleund.

Ik zit naast hem en versta er geen woord van, ik spreek nauwelijks Chinees. De man brult iets terug en wijst, eerst links en dan rechts. Meneer Yang schreeuwt weer en de man haalt zijn schouders op. Van de bouwplaats langs de weg klinken oorverdovende drilboren, auto’s toeteren, en een zware vrachtwagen ronkt recht op ons af. Meneer Yang ziet het ook, met zijn rechterhand ramt hij hard op zijn toeter. De vrachtwagen stuurt bij en glijdt langs ons heen. Ik krijg het warm en dat heeft niets met de hitte te maken.

We zijn onderweg naar het vliegveld van Xianyang, maar ik ben inmiddels vrij zeker dat meneer Yang de weg niet weet. In de Tai Chi school in Wudangshan, waar ik vandaan kom, hadden ze me verteld dat hij dit ritje vaker had gemaakt, dat hij goed Engels sprak en dat hij een heel goede chauffeur was.

Mmm.

Mijn vliegtuig vertrekt over minder dan een uur. De hele rit glimlachte hij, maar nu niet meer. Hij begint weer te rijden, dwars door het aankomende verkeer tot de volgende kruising. Ook daar schreeuwt hij naar een man. Dit keer is hij zo slim om niet op de kruising te stoppen, maar er net achter.

Dan ziet meneer Yang in de verte een dalend vliegtuig.

‘Flying!’ hij grijnst naar me. Ik zie opluchting in zijn ogen.

‘Yes’, zeg ik.

Hij geeft vol gas en rijdt in de richting van het dalende vliegtuig. Binnen enkele seconden is het achter het ruwe beton van een in aanbouw zijnde flat verdwenen, maar meneer Yang heeft de richting goed onthouden.

Twee uur eerder begonnen we samen veelbelovend. ‘Yang,’ grijnsde hij, toen hij mijn deur openhield om in te stappen. ‘My name Yang.’

Ik knikte en schudde zijn hand. ‘Er’, antwoord ik.

Hij lachte verbaasd. ‘Two?’ “Er” is twee in het Chinees.

‘Yes, like “er”,’ Het was niet uit onbeleefdheid dat ik mijn naam afkortte, maar omdat niemand hier mijn naam kan uitspreken. Arnout was al snel vervangen door ‘Er’.

Om zeven uur ’s morgens was het slechts 26 graden. De echte hitte, tot boven de veertig graden, zou nog komen. Meneer Yang zorgde goed voor zijn taxi, hij reed heel langzaam om de diepe kuilen van het zandpad. Ik zag mijn stoffige schoenafdruk op zijn schone vloermatje staan.

‘You live in Wudangshan?’ vroeg ik, gewoon om een praatje op gang te brengen. We zouden toch de komende uren samen doorbrengen en dan is het best prettig om wat te kletsen.

Meneer Yang keek me stralend aan, en begreep volgens mij niets van wat ik zei.

‘You’, probeerde ik nog een keer en wees naar hem, ‘Wudangshan?’

Nu snapte hij het. ‘Yes! You like?’

Ik had een maand doorgebracht in een Tai Chi school in Wudangshan, China. Wudangshan staat bekend om zijn heilige berg, de Daoïstische kloosters en als “de geboorteplaats van Tai Chi”. Het is allemaal waar. Maar wat minder aandacht krijgt, is dat het entreegeld voor de heilige berg zo hoog is als voor de Efteling en rijke Chinezen onderdak vinden in het super-de-luxe Tai Chi hotel. En er is het Tai Chi meer, ontwikkeld door kleine boeren van hun land te sturen en het gebied kunstmatig onder water te zetten. Van de daoïstische natuurfilosofie is steeds minder te vinden, het massatoerisme heeft de regie in handen genomen. Het zwartwitte Yin-Yang symbool is voor projectontwikkelaars vooral een marketinglogo. En meneer Yang vroeg of ik het fijn vond.

‘Well,’ aarzelde ik. ’Mount Wudang is beautiful.’

‘You eh…’ hij zocht naar het juist woord, en wees veelbetekenend naar het plafond van de auto. Ik keek omhoog, maar zag niets bijzonders.  De stilte werd ongemakkelijk, ik kon hem horen denken, maar ik had geen idee wat hij wilde. ‘Up?’ zei hij opeens opgelucht. ‘You up?’

Mount Wudang is de heilige berg. En ja, ik was met de massa omhooggeklommen over de duizenden traptreden. Onderweg de mooie tempels bewonderend en de honderden armoedige venters afwijzend. Zij hadden mijn geld nodig, alleen ik hun spullen niet. Serene rust had ik niet boven op de berg gevonden. Pas in een vallei buiten de gangbare routes, ver van een drukke tempels voelde ik de stilte. Ik volgde een bruinblauwe vlinder, klom met een beekje mee stroomopwaarts, deed mijn Tai Chi oefeningen en sliep een uurtje op een grote rots. Dat was voor mij heilig genoeg.

‘Yes. And you?’

Meneer Yang knikte grijnzend en veegde zogenaamd zweet van zijn voorhoofd. Op de snelweg was het rustig. Af en toe passeerden we een auto en één keer een zwaar beladen vrachtwagen, die achtentwintig gloednieuwe personenauto’s vervoerde. Daar zouden ze in Nederland minimaal twee vrachtwagens voor gebruiken. De radio speelde zacht Chinese popliedjes.

Opeens zagen we zwaailichten in de verte. Meneer Yang minderde snelheid en toen we dichterbij waren, zagen we wat er aan de hand was. Een volledig uitgebrande auto dwars op de weg, met een politieauto ervoor om te waarschuwen. De brand was hevig geweest, de oorspronkelijke kleur van de auto was niet meer te zien. Ernaast zat een man in de berm te huilen. Meneer Yang keek niet eens opzij, hij gaf gas en reed verder.

‘You ghave’, hij zocht het juiste woord. Ik verwachtte dat hij iets over de brandende auto wilde vertellen, maar dat had ik mis. ‘kids?’

‘Yes,’ antwoordde ik. ‘Three kids. Two boys and a girl.’

‘Ah, yes, boys and girl,’ lacht hij.

‘Do you have kids?’

‘Yes, yes, boys and girl’.

Had hij nou kinderen of zat hij me na te praten? Hij grijnsde naar me en ik liet het maar zo. Het was aan zijn gezicht niet te zien wat in hem omging. Zoals bij veel mensen in Wudangshan. Uitdrukkingsloze gezichten, gehard in de strijd om het dagelijks bestaan, die naar westerlingen vooral glimlachten als ze iets konden verkopen. En vroegen dan meer dan de dubbele prijs, had ik van een andere student geleerd. Ik zou het in hun plaats waarschijnlijk ook doen.

We rijden inmiddels voorbij het gigantische bouwterrein waarachter het vliegtuig was verdwenen. Meneer Yang slaat linksaf en ineens is er nagenoeg geen verkeer meer. Een rechte weg strekt zich in alle rust uit. Er staan groepjes mensen langs de kant die ons nakijken. Ik zoek de lucht af naar vliegtuigen. Helaas.

‘Is hot!’ zegt meneer Yang en draait wat aan de airco. In het Chinees mompelt hij in zichzelf verder.

Opeens slaat hij weer linksaf en nu rijden we tussen de huizen over een smalle, stoffige weg. De weinige bewoners van het gehuchtje staren uitdrukkingloos als we passeren. De grijsbetonnen huizen zijn versiert met rode doeken die Chinese gelukstekens dragen. De plastic flappen voor de ingang van een miniwinkeltje hangen omlaag. Mensen die aan het werk zijn in hun groentetuin stoppen en kijken hoe wij voorbijrijden. Er is geen enkele andere auto te zien.

Dit kan toch niet de route zijn? Een hond blaft en rent een stukje mee. Ik zucht diep en kijk op mijn horloge, nog minder dan drie kwartier. Ik wist dat het regionale vliegveld niet groot was, maar toch wel meer dan een zandvlakte naast een paar huizen. Als ik opzij kijk, zie ik dat meneer Yang zweet. Langzaam stuurt hij de auto tussen de groentetuintjes door. Even later zijn we het gehucht uit. Voor ons doemt een ijzeren hek op, zeker drie meter hoog met rollen prikkeldraad op de bovenrand. De enige mogelijkheid is het smalle weggetje langs het hek volgen of terugkeren. Meneer Yang rijdt eindeloos lang, zo voelt het in ieder geval, langs het hek tot bij een lege kruising met een brede weg. Opeens zie ik aan de overkant een bordje, dat godzijdank ook in het Engels is vertaald. “Airport Drive”, staat er.

Een golf van opluchting gaat door me heen en ik wijs meneer Yang op het bordje. Hij grijnst met een air alsof hij de hele tijd al wist wat hij deed. Binnen enkele minuten parkeert hij bij ‘Departures’ en pakt mijn koffer uit de kofferbak.

‘Sank you for driving me and good luck to you and family!’ En dat is dan wel weer lief van hem.

 

Augustus 2013

 

 

 

Innerlijke houding: van ongemerkt zwak naar bewust sterk

Je eerste innerlijke houding heb je te danken aan je ouders. Zij bepaalden in grote mate vanaf je geboorte tot in ieder geval je pubertijd wat jij als goed en slecht hebt ervaren, als normaal en niet normaal, als succes en falen. Het proces van opvoeding is interessant om eens langs te lopen. De eerste maanden kun je alles maken: ze overladen je poepluiers met complimenten, lachen als je je eten op tafel uitsmeert en als je ’s nacht voor de vierde keer huilt, tillen ze je troostend op en dragen je rond. Die onvoorwaardelijke liefde bekoelt enigszins als je leert kruipen en daarna lopen. Ze zeggen: ‘Niet doen,’ als je geniet van de ontdekking dat je volle drinkbeker lekt als je die op z’n kop houdt. Ze zeggen: ‘Kom, doorlopen’ als je staat te kijken naar de kleuren van het stoplicht. Je leert dat je ouders niet meer alles wat je doet geweldig en leuk vinden. Als tiener komen er meer opmerkingen: ‘Schaam je, dat doe je toch niet,’, ‘Toen ik zo oud was, kon ik allang …’, ‘Doe wat ik zeg dat je moet doen!’, ‘Hoe vaak moet ik dit nog zeggen?’. Je voelt nog steeds de behoefte aan liefde, goedkeuring en geborgenheid die je als klein kind kreeg, maar je ervaart die steeds minder. In de pubertijd ga je hierdoor, en door je veranderende hormoonhuishouding, in verzet (ruziemaken, niet luisteren, weglopen) of je cijfert jezelf weg (instemmen, aardig doen, pleasen). Die puberale houding – verzet of wegcijferen – is voor veel mensen de innerlijke houding waar ze de rest van hun leven in blijven hangen.

Die innerlijk houding toont zich als je onder druk komt te staan. Zolang het goed gaat, is het eenvoudig om aardig te zijn voor jezelf en voor de mensen met wie je werkt en leeft. Maar wat als het niet lekker loopt? Als je ontevreden bent over je werk of als je werkgever ontevreden is over jouw bijdrage op het werk. Of als je gezondheid te wensen over laat, of als je voor ingrijpende beslissingen staat. Vaak schieten mensen dan ongemerkt in hun vaste patronen: verzetten of wegcijferen. Daarmee lossen ze de situatie niet op, ze maken het soms met die houding zelfs erger voor zichzelf.

5-phases-of-change-e1442210202285

Die innerlijke houding is trainbaar. Jouw patronen kun je leren waarnemen en ze veranderen. Dat gaat niet zomaar, het vergt een vastberaden bereidheid jezelf uit de vertrouwde comfortzone van je vaste patronen te halen. De training Innerlijk Sterke Houding is daarop gericht. Het resultaat is dat je ontdekt dat je krachtiger en relaxter bent dan je zelf voor mogelijk hield. Iets voor jou?

Vond je dit blog waardevol? Voel je vrij het te delen!

Op jouw leven!

Arnout

 

Stop met timemanagement, werk met energiemanagement

24 uur in een dag. 7 dagen in een week. Tijd is eindig. Je kunt veel doen in die tijd en tegelijk blijft er nog meer ongedaan. Je energiepeil heeft een veel grotere potentie. Je hebt twee bronnen die je energiepeil systematisch kunnen laten groeien en verversen: je lichaam en je aandacht. Door dagelijkse routines uit te voeren, doelbewuste oefeningen op vaste momenten, bouw je een stabiel en hoger energiepeil op.

De meeste organisaties beschouwen het energiepeil van hun medewerkers als een feit. Niet als een managementinstrument. Ze investeren in hun mensen door ze trainingen aan te bieden in time-management en andere vaardigheden. Dat lijkt heel mooi. Het helpt alleen niet blijvend om efficienter en effectiever te werken. Zo kreeg ik een training in het schrijven van duidelijk Nederlands in mijn crisismanagementrapportages. Op zich waardevol, alleen zat ik ook met een overvolle agenda, wilde mijn baas laten zien hoe goed ik was en voelde me onzeker als leidinggevende van mijn unit. Van die taaltraining is me weinig bijgebleven.

Wat werkt wel? Het herkennen van gedrag bij jezelf dat energie kost en daar verantwoordelijkheid voor nemen. Daardoor doe je minder ‘voor de show’ of op de automatische piloot. Energiemanagement is een deal met jezelf. In mijn training Innerlijk Sterke Houding leren mensen:

Doen wat voor hen nodig is, op het moment dat het nodig is.

Wat dat precies is, verschilt per persoon, maar iedereen kan handvatten hiervoor aanleren. Een van de handvatten is het werken met routines van korte, dagelijkse rustpunten en wekelijkse actiemomenten. De rustpunten richten zich op je ademhaling en het aandachtig ontspannen van je lichaam. Bijvoorbeeld met Tai Chi, yoga of mindfulness. De actiemomenten maken je fitter: fysieke fitheid is belangrijk om ontspannen alert te zijn. Dat train je met zelfverdedigingssporten, zwemmen of fitness. Door het gericht trainen van fysieke actie en ontspanning verandert je houding. Je bent voor je zelf aan het zorgen. Geen leidinggevende of collega kan dat beter dan jij. Ondertussen schep je ook de voorwaarden om op emotioneel-mentaal niveau te veranderen. Jij observeert de situaties waarin je oplaadt of die je uitputten en bepaalt welke benadering voor jou het beste past. Die benadering pas je toe. Je Doet Wat Nodig Is. Die routines uitvoeren kost tijd, maar het levert al snel tijd op. Je werkprestaties verbeteren zonder dat je het gevoel hebt dat je harder werkt. Jij krijgt namelijk in ruil een stabieler energiepeil op een hoger niveau dan voorheen.

battery-icons

Het is tijd om binnen organisaties in termen van energie te denken. Dat doen we al als het om brandstof en elektriciteitsverbruik gaat, nu wij zelf nog. Je energiepeil is trainbaar. De kans is groot dat het zelfstandige en energieke medewerkers oplevert, en dat lijkt me de gok wel waard.

Vond je dit blog waardevol? Voel je vrij het te delen!

Op jouw leven!

Arnout