De drie sleutel van Tai Chi

‘Wat wil je leren door middel van Tai Chi?’ Dat is de vraag die ik vaak stel aan beginnende Tai Chi-ers.

Het antwoord is meestal: ‘ik vind die bewegingen zo mooi, dat wil ik ook kunnen.’

Daar kan ik als leraar weinig mee. Het betekent zoiets als: ‘leer mij langzaam dansen.’ En Tai Chi oogt misschien als een langzame dans, maar dat is het niet. Dus ik vraag door: ‘Waarom vindt je het mooi?’

‘Ik word er rustig van, zelfs als ik er alleen maar naar kijk. Dat vind ik mooi. En het ziet er zo eenvoudig uit.’

Daar heb ik meer aan. Voor mijzelf vertaal ik hun woorden naar: ‘het is erg druk in mijn hoofd, ik zoek iets wat me rust geeft en Tai Chi ziet eruit alsof het ook voor mij te doen is.’ Dat is op zich een prima reden om te starten met Tai Chi. Alleen jammer van de valkuil op het eind.

Want wat blijkt na een paar lessen? Tai Chi is als een ijsberg. Het onzichtbare fundament onder water blijkt veel belangrijker dan het zichtbare topje. Al zijn de choreografieën van de oefeningen eenvoudig, het innerlijke werk vraagt veel meer dan vooraf gedacht. De vol goede moed gestarte Tai Chi-er voelt zich in die fase klungelig en onhandig. De reactie verandert van ‘het ziet er zo eenvoudig uit’, naar ‘het lijkt eenvoudig, maar ik denk niet dat ik dit ooit goed ga leren’.

Dit is voor mij als docent best een lastige fase. Mensen voelen duidelijk de waarde van Tai Chi, ze merken de rust van binnen als ze in de ‘slip stream’ meebewegen met de docent of andere ervaren Tai Chi-ers. Alleen lukt het ze (nog) niet dat gevoel zelfstandig te creëren. In deze fase haken mensen af. Ze beseffen dat een uur per week naar les gaan niet genoeg is om fysiek en mentaal echt te ontwikkelen en zijn niet bereid meer tijd vrij te maken.

Degenen die door de onhandigheidsfase heen gaan, krijgen langzamerhand het gevoel dat ze beter begrijpen waar het om draait, ze verstaan meer van de gevoelstaal. Uitdrukkingen als ‘zacht maken’ en ‘vullen met aandacht’ weten ze toe te passen zonder de uiterlijke lichaamshouding te veranderen. Ze leren een Tai Chi Chuan Vorm of Tai Chi Qigong serie die ze beoefenen van binnenuit te doen. Vanuit de Dan Tian, het centrum van hun lichaam.

Deze fase heeft z’n charmes. De Tai Chi-er vertelt er graag over, kan zelfs af en toe als een missionaris pogingen doen zijn vrienden en collega’s erin mee te nemen. Het zelfstandig oefenen gaat bijna vanzelf. Als het er eens niet van komt, voelt het als een gemis. Er ontstaat interesse in workshops van andere leraren. De stokpaardjes van hun eigen leraar krijgen een kritischer gehoor. De zelfstandigheid neemt toe. Sommigen gaan bij andere leraren les volgen voor meer verdieping, anderen beginnen aan een opleiding tot Tai Chi docent.

Het leerproces is als een spiraal. De enthousiaste Tai Chi-er ontdekt in deze fase hoe veel meer er te leren is en wordt weer wat nederiger: ‘Ik dacht dat ik het aardig doorhad, maar nu zie ik pas hoe weinig ik ervan begrijp’. Gelukkig herkent hij het gevoel, het lijkt op hoe het voelde toen hij lang geleden met Tai Chi begon. Hij is terug bij het begin en tegelijk enorm gegroeid.

In de loop van de jaren heb ik het geluk gehad om bij vele topleraren trainingen te mogen volgen. Telkens was er de klungelige fase: het zien wat de bedoeling is, maar het niet kunnen. Na een tijdje veranderde dat in: ‘volgens mij doe ik het nu goed.’ Gevolgd door: ‘oh echt, hoort dat er allemaal ook nog bij’. En een tijd later: ‘wow, wat een heerlijk gevoel geeft dit’.

Voor mij heeft dit spiralend proces drie sloten. Mis je één van de sleutels, dan lukt het niet eruit te halen wat er voor je in zit. Die sleutels zijn: het volhouden (ook als het onhandig voelt), de liefde voor bewegen (genieten van wat je lichaam kan) en een open mind (je kan en bent zoveel meer dan je denkt).

Een keer Tai Chi uitproberen? Je bent van harte welkom voor een gratis en vrijblijvende proefles.

Arnout

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *