Vliegtuig halen (Tai Chi kampvuurverhalen)

N.B. Dit verhaal heb ik jaren geleden geschreven, maar om een of andere reden nooit gepubliceerd. Bij deze alsnog.

Midden op de overvolle kruising stopt meneer Yang zijn taxi en laat zijn raampje zakken. De klamme hitte van buiten maakt de airco nutteloos. Hij schreeuwt door het verkeer iets naar de overkant, waar een slungelige man tegen een auto staat geleund.

Ik zit naast hem en versta er geen woord van, ik spreek nauwelijks Chinees. De man brult iets terug en wijst, eerst links en dan rechts. Meneer Yang schreeuwt weer en de man haalt zijn schouders op. Van de bouwplaats langs de weg klinken oorverdovende drilboren, auto’s toeteren, en een zware vrachtwagen ronkt recht op ons af. Meneer Yang ziet het ook, met zijn rechterhand ramt hij hard op zijn toeter. De vrachtwagen stuurt bij en glijdt langs ons heen. Ik krijg het warm en dat heeft niets met de hitte te maken.

We zijn onderweg naar het vliegveld van Xianyang, maar ik ben inmiddels vrij zeker dat meneer Yang de weg niet weet. In de Tai Chi school in Wudangshan, waar ik vandaan kom, hadden ze me verteld dat hij dit ritje vaker had gemaakt, dat hij goed Engels sprak en dat hij een heel goede chauffeur was.

Mmm.

Mijn vliegtuig vertrekt over minder dan een uur. De hele rit glimlachte hij, maar nu niet meer. Hij begint weer te rijden, dwars door het aankomende verkeer tot de volgende kruising. Ook daar schreeuwt hij naar een man. Dit keer is hij zo slim om niet op de kruising te stoppen, maar er net achter.

Dan ziet meneer Yang in de verte een dalend vliegtuig.

‘Flying!’ hij grijnst naar me. Ik zie opluchting in zijn ogen.

‘Yes’, zeg ik.

Hij geeft vol gas en rijdt in de richting van het dalende vliegtuig. Binnen enkele seconden is het achter het ruwe beton van een in aanbouw zijnde flat verdwenen, maar meneer Yang heeft de richting goed onthouden.

Twee uur eerder begonnen we samen veelbelovend. ‘Yang,’ grijnsde hij, toen hij mijn deur openhield om in te stappen. ‘My name Yang.’

Ik knikte en schudde zijn hand. ‘Er’, antwoord ik.

Hij lachte verbaasd. ‘Two?’ “Er” is twee in het Chinees.

‘Yes, like “er”,’ Het was niet uit onbeleefdheid dat ik mijn naam afkortte, maar omdat niemand hier mijn naam kan uitspreken. Arnout was al snel vervangen door ‘Er’.

Om zeven uur ’s morgens was het slechts 26 graden. De echte hitte, tot boven de veertig graden, zou nog komen. Meneer Yang zorgde goed voor zijn taxi, hij reed heel langzaam om de diepe kuilen van het zandpad. Ik zag mijn stoffige schoenafdruk op zijn schone vloermatje staan.

‘You live in Wudangshan?’ vroeg ik, gewoon om een praatje op gang te brengen. We zouden toch de komende uren samen doorbrengen en dan is het best prettig om wat te kletsen.

Meneer Yang keek me stralend aan, en begreep volgens mij niets van wat ik zei.

‘You’, probeerde ik nog een keer en wees naar hem, ‘Wudangshan?’

Nu snapte hij het. ‘Yes! You like?’

Ik had een maand doorgebracht in een Tai Chi school in Wudangshan, China. Wudangshan staat bekend om zijn heilige berg, de Daoïstische kloosters en als “de geboorteplaats van Tai Chi”. Het is allemaal waar. Maar wat minder aandacht krijgt, is dat het entreegeld voor de heilige berg zo hoog is als voor de Efteling en rijke Chinezen onderdak vinden in het super-de-luxe Tai Chi hotel. En er is het Tai Chi meer, ontwikkeld door kleine boeren van hun land te sturen en het gebied kunstmatig onder water te zetten. Van de daoïstische natuurfilosofie is steeds minder te vinden, het massatoerisme heeft de regie in handen genomen. Het zwartwitte Yin-Yang symbool is voor projectontwikkelaars vooral een marketinglogo. En meneer Yang vroeg of ik het fijn vond.

‘Well,’ aarzelde ik. ’Mount Wudang is beautiful.’

‘You eh…’ hij zocht naar het juist woord, en wees veelbetekenend naar het plafond van de auto. Ik keek omhoog, maar zag niets bijzonders.  De stilte werd ongemakkelijk, ik kon hem horen denken, maar ik had geen idee wat hij wilde. ‘Up?’ zei hij opeens opgelucht. ‘You up?’

Mount Wudang is de heilige berg. En ja, ik was met de massa omhooggeklommen over de duizenden traptreden. Onderweg de mooie tempels bewonderend en de honderden armoedige venters afwijzend. Zij hadden mijn geld nodig, alleen ik hun spullen niet. Serene rust had ik niet boven op de berg gevonden. Pas in een vallei buiten de gangbare routes, ver van een drukke tempels voelde ik de stilte. Ik volgde een bruinblauwe vlinder, klom met een beekje mee stroomopwaarts, deed mijn Tai Chi oefeningen en sliep een uurtje op een grote rots. Dat was voor mij heilig genoeg.

‘Yes. And you?’

Meneer Yang knikte grijnzend en veegde zogenaamd zweet van zijn voorhoofd. Op de snelweg was het rustig. Af en toe passeerden we een auto en één keer een zwaar beladen vrachtwagen, die achtentwintig gloednieuwe personenauto’s vervoerde. Daar zouden ze in Nederland minimaal twee vrachtwagens voor gebruiken. De radio speelde zacht Chinese popliedjes.

Opeens zagen we zwaailichten in de verte. Meneer Yang minderde snelheid en toen we dichterbij waren, zagen we wat er aan de hand was. Een volledig uitgebrande auto dwars op de weg, met een politieauto ervoor om te waarschuwen. De brand was hevig geweest, de oorspronkelijke kleur van de auto was niet meer te zien. Ernaast zat een man in de berm te huilen. Meneer Yang keek niet eens opzij, hij gaf gas en reed verder.

‘You ghave’, hij zocht het juiste woord. Ik verwachtte dat hij iets over de brandende auto wilde vertellen, maar dat had ik mis. ‘kids?’

‘Yes,’ antwoordde ik. ‘Three kids. Two boys and a girl.’

‘Ah, yes, boys and girl,’ lacht hij.

‘Do you have kids?’

‘Yes, yes, boys and girl’.

Had hij nou kinderen of zat hij me na te praten? Hij grijnsde naar me en ik liet het maar zo. Het was aan zijn gezicht niet te zien wat in hem omging. Zoals bij veel mensen in Wudangshan. Uitdrukkingsloze gezichten, gehard in de strijd om het dagelijks bestaan, die naar westerlingen vooral glimlachten als ze iets konden verkopen. En vroegen dan meer dan de dubbele prijs, had ik van een andere student geleerd. Ik zou het in hun plaats waarschijnlijk ook doen.

We rijden inmiddels voorbij het gigantische bouwterrein waarachter het vliegtuig was verdwenen. Meneer Yang slaat linksaf en ineens is er nagenoeg geen verkeer meer. Een rechte weg strekt zich in alle rust uit. Er staan groepjes mensen langs de kant die ons nakijken. Ik zoek de lucht af naar vliegtuigen. Helaas.

‘Is hot!’ zegt meneer Yang en draait wat aan de airco. In het Chinees mompelt hij in zichzelf verder.

Opeens slaat hij weer linksaf en nu rijden we tussen de huizen over een smalle, stoffige weg. De weinige bewoners van het gehuchtje staren uitdrukkingloos als we passeren. De grijsbetonnen huizen zijn versiert met rode doeken die Chinese gelukstekens dragen. De plastic flappen voor de ingang van een miniwinkeltje hangen omlaag. Mensen die aan het werk zijn in hun groentetuin stoppen en kijken hoe wij voorbijrijden. Er is geen enkele andere auto te zien.

Dit kan toch niet de route zijn? Een hond blaft en rent een stukje mee. Ik zucht diep en kijk op mijn horloge, nog minder dan drie kwartier. Ik wist dat het regionale vliegveld niet groot was, maar toch wel meer dan een zandvlakte naast een paar huizen. Als ik opzij kijk, zie ik dat meneer Yang zweet. Langzaam stuurt hij de auto tussen de groentetuintjes door. Even later zijn we het gehucht uit. Voor ons doemt een ijzeren hek op, zeker drie meter hoog met rollen prikkeldraad op de bovenrand. De enige mogelijkheid is het smalle weggetje langs het hek volgen of terugkeren. Meneer Yang rijdt eindeloos lang, zo voelt het in ieder geval, langs het hek tot bij een lege kruising met een brede weg. Opeens zie ik aan de overkant een bordje, dat godzijdank ook in het Engels is vertaald. “Airport Drive”, staat er.

Een golf van opluchting gaat door me heen en ik wijs meneer Yang op het bordje. Hij grijnst met een air alsof hij de hele tijd al wist wat hij deed. Binnen enkele minuten parkeert hij bij ‘Departures’ en pakt mijn koffer uit de kofferbak.

‘Sank you for driving me and good luck to you and family!’ En dat is dan wel weer lief van hem.

 

Augustus 2013

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *